Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage - Tijdens de tentoonstelling over 't Kerkstraatje, de weg naar Heilaar, probeert het Princenhaags Museum de herinnering op te roepen aan deze straat die vooral bij oudere Princenhagenaars nostalgische gevoelens zal oproepen.  't Kerkstraatje wordt getoond van Speek tot aan het spoor met vele foto's en andere wetenswaardigheden. U kunt te weten komen welke mensen er in de Tien Geboden woonden en u zult versteld staan van de vele beroepen en bedrijven die gehuisvest zijn geweest in de Heilaarstraat. De straat wordt in geschriften tussen van 1440 al genoemd als Kerkwech. In 1597 komt de naam Hylerschestrate al voor. In een lijst van geschouwde wegen van 1735 heet het Heylaersestraat. In de 17de eeuw kreeg de straat pas de functie van doorgaande weg van Breda over Princenhage en het Nieuw Veer naar Moerdijk. De straat dankt zijn naam aan huis Heilaar aan de Buurstedestraat. Hylair wordt voor het eerst in 1303 vernoemd. De naam Kerkstraat werd in de volksmond gebruikt omdat ongeveer ter hoogte van de huidige Schuurkerkstraat een schuurkerk heeft gestaan van 1648 tot 1804. Vanaf het begin van de jaren zestig is men begonnen met de sloop van de huizen. De Tien Geboden moesten wijken voor de Ettensebaan. De overige huizen maakten plaats voor de uitbreiding van Princenhage rond 1973. Ten noorden van de Ettensebaan heeft de straat nog grotendeels de oorspronkelijke route, maar ook daar is niet veel meer te bespeuren van de oorspronkelijke bebouwing. Slechts een paar huizen hebben de veranderingen overleefd. “Als de hooikar door het kerkstraatje komt gaat de fietser de stoep op om ruimte voor de vervoerder te maken. Op zij gaan, wie doet het nog?! Corry Vissers vertelt haar verhaal en zo zijn er tientallen. Jan Lips: “Bij Van Ham, klompenmaker, moest je aan de achterdeur kloppen om binnen te komen”. Om oude vriendschappen op te halen en herinneringen. Over klompenmaker Cees van Ham die een fiets maakt van hout en naar Vlijmen rijdt. Het stond in de kranten hoe Cees, smid van beroep, zijn fiets had gemaakt en welke onderdelen het allemaal begaven met uitzondering van zijn hondenkar. En zo was hij toch als een groot kampioen in het bloemrijk versierde Kerkstraatje gefinisht. Geheel onvoorbereid had hij zijn tocht niet gemaakt. Hij had geoefend tijdens crosswedstrijden op de 800 meter op een omgeploegd weiland. “In drie minuten wist hij met deze houten fiets de wedstrijd naar zijn hand te zetten”, schrijft Dagblad De Stem. “Hij werd eerste van de 31 deelnemers. Zijn prijs: twee sigaren en een sigarenpijpje. Maar daarvoor had hij wel éérst drie cent inleggeld moeten betalen”…. Witkwast Corry Bonneke heeft veel over het Kerkstraatje geschreven en gepubliceerd in de Bredase Bode. Ze vertelde over de gemeenschapszin die niet voortkwam uit tekort maar het besef dat een witkwast een bruikbaar attribuut blijft ook al gaat hij tijdens de schoonmaak door de handen van velen. Met regelmaat ontving ik van haar brieven met verhalen over Princenhage en het Kerkstraatje dat haar inziens van alle straten in het dorp er een was waar van ’s morgens tot s’avonds de esprit van het leven kon worden opgemerkt en waar van lente tot herfst Maria iedere dag in de bloemen stond. Ze was erg onder de indruk van de Duitse bommenjager (Messerschmidt) die in 1940 boven ’t Aogje uit de lucht werd gehaald. “Het vliegtuig crashte. De cockpit was nagenoeg heel gebleven. De piloot was nergens te bekennen”. Ze dacht als kind dat Holland door dit succes Duitsland de baas zou kunnen. D’n Canjel Als er één straatje in Breda een geheugen heeft dat is dit het Kerkstraatje in Princenhage; geliefd; vol poëzie in aanzien, verafgood door nostalgie en ‘gevreesd’ door de gevechten met de blote vuist in café Hermus. Waar ’s zomers iedereen op de stoep zat voor een spelletje kaart en om de laatste nieuwtjes te wisselen. Wim Tehrmolen groeit erop. Hij leert voetballen op straat, op de Potjeswaai en het plein hoek Doelen. Hij ontwikkelt het schieten van de bal met de wreef en doet dat zò hard dat hij, jaren vijftig, met de bijnaam ‘d’n Canjel’ door het leven gaat. Van het Kerkstraat is verhalend veel bewaard gebleven in boeken zoals ‘Gaode mee door ’t Aogje’ dat werd uitgebracht ter gelegenheid van het 800 jarig bestaan van Princenhage in 1998 en ‘Giftum Kèès/driekwart eeuw Aogs dorpsleven ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan van Groenwit in 2006. Tonna, de winkelierster van het snoepwinkeltje zal velen voor de geest verschijnen of door eigen ervaring. Ze scharrelde haar kostje aan het raam waar de jeugd verscheen om voor enkele centen iets lekkers te kopen, zonder dat een kind besefte dat ze gedwongen door een handicap het bed moest houden. ‘Tien geboje’ Het Kerkstraatje wordt gekarakteriseerd door Jan Lips. Ter gelegenheid van de vierde Princenhaagse reünie in 2003 schrijft hij: “Ik woonde in die roemruchte straat tegenover de Tiengeboje. Zij bestond uit twee keer vijf huisjes aan elkaar, een ongelukkig stoepje voor de deur, een weg van kinderkopjes met aan de overkant een gruisfietspad en een hoge heg. Tegenover het kleine gangetje een lantaarnpaal, waarvan de lamp kapot was. Hij uitnodigde uit om er met steentjes naar te gooien. ‘Pilleke’ “Een aantal huizen en bewoners staan voor altijd in zijn geheugen gegrift”, vertelt Jan. Zo passeerde hij elke morgen het huisje van Cees van Ham, de klompenmaker waar je aan de achterdeur moest kloppen om binnen te komen. Even verderop was het winkeltje van Sjoke Dirven waar hij vaak boodschappen deed zonder te betalen, want alles ging in het boekje of ‘op de lat’. Een beetje verder woonde ‘het appeltje’ wiens zoon bij hem in de klas zat. De naam van slachter Pilleke Schrauwen valt. Jan mocht de varkensblaas hebben als hij iets geks met zijn neus had gedaan. Erfgoed is geen gestold fenomeen. Een oud bewoner stelt zijn ervaringen te boek. Inmiddels is er een bewonerslijst gepubliceerd. Op 19-10-2013 vierden 175 Oud-bewoners een reünie van het Kerkstraatje.