HET GRAFMONUMENT VAN CORNELIS JAN WOUTER NAHUYS VAN BURGST Uit twee biografische bronnen weten we het volgende over het leven van Cornelis Jan Wouter Nahuys. Hij werd geboren in Goes op 13 oktober 1762. Getuige het voorvoegsel 'Mr.' was hij jurist, waarschijnlijk aan de universiteit van Harderwijk afgestudeerd, waar hij zich op de relatieve hoge leeftijd van 22 inschreef. Na enkele jaren militaire dienst, bekleedde hij vanaf het slot van de achttiende eeuw diverse regionale overheidsfuncties. Door zijn huwelijk met Johanna Crul in '1786 werd Nahuys heer van het landgoed Burgst bij Breda. ln 1790 bouwde hij een landhuis op zijn landgoed, waar hij tot zijn dood op 27 mei 1831 zou leven. Zijn  rouw overleefde hem en het huwelijk bleef kinderloos. Nahuys was een prominent vrijmetselaar. Belangrijker in onze context is dat Nahuys een groot enthousias-me had voor de natuurwetenschappen: "Hij beoefende vooral de natuur- en wiskunde, over welke  vakken hij "eene rijke verza-meling van werktuigen en boeken bezat". Voor zover bekend publiceerde Nahuys nooit enig resultaat van zijn studies, maar  verwijzingen duiden erop dat tenminste enkele leden van de wetenschappelijke gemeenschap zijn activiteiten op prijs stelden. Zijn waarneming van de zonsver- duistering van 7 september 1820 was een van de observaties die de Utrechtse professor Gerrit Moll gebruikte; van diens verslag aan Herschel weten we dat Nahuys "verscheidene horloges" bezat. Een ander die de nauwkeurigheid van zijn observaties loofde, karakteriseerde Nahuys als een "een zeer bekwaam en ijverig voorstander der sterrenkundige wetenschap". Nahuys was ook lid van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, het op een na oudste wetenschappelijk genootschap in Nederland, maar zonder actieve rol. ln 1836, vijf jaar na zijn dood, werden zijn instrumenten gecatalogiseerd en geveild door de Amsterdamse instrumentmaker Abraham van Emden. Waarschijnlijk werd de verkoopcatalogus gedrukt, maar totdat er een exemplaar is gevonden, is het onmogelijk iets te zeggen over de aard en omvang van zijn instrumentenver- zameling. Het neoklassieke grafmonument voor Nahuys werd twee jaar na zijn dood opgericht op zijn sterfdag. Deze gebeurtenis ging niet onopgemerkt voorbij. Een plaatselijke uitgever publiceerde een gedenkprent van het monument, met daarbij de Latijnse en Nederlandse tekst op het grafmonument en een afbeelding van het monument met daarop de verschillende wetenschappelijke instrumenten. Tenminste twee kranten deden er verslag van, met een positief commentaar op het ontwerp en de uitvoering van het monument. Het gietijzeren monument rustte op een hardstenen voet en meet, inclusief het urn- ornament bovenop, 240 bij 125 cm. Het is ontworpen door de Bredaase architect Pieter Huysers en gegoten door de bekende ijzergieterij Nering Bögel in Deventer. Dat het de standaard grafsymbolen vertoonde, zoals de gevleugelde zandloper (vervliegen van tijd), de omgekeerde toorts (het uitgedoofde leven) en de vlinder (wederopstanding), was normaal. Wat ongewoon was, was het reliëf van objecten op de achterzijde, waar verschillende wetenschappelijke voorwerpen opvallen. De wrijvingselektriseermachine met zijn glasschijf, de Leidse fles en de ontlader, de verrekijker, de globe en wellicht ook de boeken duiden op Nahuys' actieve betrokkenheid bij de natuurwetenschappen. Dit geldt misschien ook voor de wiskundige instrumentenpasser, graadboog en winkelhaak, maar omdat Nahuys vrijmetselaar was, kan men deze ook zien als symbolen van de vrijmetselarij. Het geheel wordt gecompleteerd met twee standaardsymbolen, een zandloper en een brandende lamp ( onsterfelijkheid, kennis van God ), en een lier/harp, wat mogelijk aangeeft dat Nahuys een voorliefde had voor muziek of voor de kunst in het algemeen. Onder het reliëf staat een Latijnse tekst die verwijst naar de  wijjsheid van de overledene: "Quod caput amplexum terras fuit ante polumque, / jam cohibet spatio vilis arena brevi", in de gedenkprent wordt dit vertaald als: "Een handvol kerkhofaard bergt, in zoo eng een kring, / Het hoofd, dat eens ’t  verband van 't scheppingsal omving". Helaas was het Nahuys monument ernstig vervallen. Reeds meer dan twintig jaar geleden verscheen een artikel waarin melding werd gemaakt van de slechte staat waarin het monument verkeert. ln 1997 stortte het in en werd provisorisch  hersteld, waarbij enkele losgekomen onderdelen werden opgeslagen. Het goede nieuws is dat de stad Breda het monument heeft voorgesteld als Rijksmonument, en dat het mogelijk wordt hersteld in zijn oorspronkelijke staat. (uit dodenakkers/krul.org) N.B: ln 2010 door smederij Lilian Fopma te Harlingen gerestaureerd en op woensdag 3 maart van dat jaar teruggeplaatst in het bijzijn van het Bestuur van Protestantse Begraafplaats Haagveld, directie Zuylen en het Bestuur van Stichting Princenhaags Museum. Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage