Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage Haagweg 334 bis - 4813XE Breda/Princenhage Als Amsterdammer kwam ik al vóór de wereldoorlogen, zo rond 1910, dikwijls naar Brabant waar ik het zo mooi vond met z’n bossen en schilderachtige grote en kleine boerderijen en huisjes van landarbeiders. Zo typeerde Jan Strube zichzelf toen hij gevraagd werd om eens iets over zijn persoon te vertellen. Het zijn die bossen en vooral de boerderijen die hem beroemd maakten als tekenaar en lithograaf. Met de precisie van een horlogemaker wist hij details van het boerenleven haarfijn te documenteren, met het observatietalent van een ervaren psycholoog wist hij houding en karakters van zijn personages, die in en bij die boerderijen woonden en werkten, tot leven te brengen. De kunstkenner Mak van Waay typeert de aan de Quellinusschool (voorloper Rietveld-Academie) te Amsterdam opgeleide Strube als een kunstenaar met als specialisatie volksche motieven en de preciese wijze van teekenen  De in 1985 overleden kunstenaar liet een rijk oeuvre na. In het zojuist verschenen boek van Anton Joosen Jan Strube 1892-1985 worden honderden werken gecatalogiseerd. We weten dat dit niet alles is. Hoe nauwkeurig Strube ook in zijn werk was, hij zal nooit de behoefte hebben gevoeld, om alles wat uit zijn handen kwam, in een administratie te verwerken. Hij was veelzijdig: houtsneden, litho’s, olieverf en tekeningen. En hij was vlijtig; Jan Strube stond bijtijds op om naar z’n werk te gaan. Af en toe zag men hem in de tuin van het door veel groen omgeven huisje aan de Zanddreef, dat bijna tegen het talud van het spoor Breda- Roosendaal en vlak achter het stationnetje Liesbosch lag. Meestal was hij echter in zijn atelier, achter zijn ezel of een lithosteen aan het polijsten. Wij allen kennen Jan Strube’s werk van de vele litho’s met Brabantse interieurs. Of die van de Grote Kerk die als ooit nog voor een LP van Bredasche koren werd gebruikt. Ook het Begijnhof te Breda was een veel gevraagde litho die door hem in handgecoloreerde versies werden gemaakt. Dat was zijn broodwinning. Maar Jan Strube maakte meer, er is ook een andere Strube. Soms impressionistisch, waarbij zijn vakmanschap als graficus ondergeschikt werd aan vorm en kleur, soms het tegenovergestelde zoals b.v. bij zijn stillevens in de stijl van 17e- eeuws fotorealisme. Zijn olieverfschilderijen en litho’s vonden hun weg naar particulier en museum waaronder het Rijksprenten-Kabinet te Amsterdam en Gemeentemuseum te Den Haag. Stedelijke musea te Breda, Praag, Boedapest en Toronto hadden al vóór 1940 werk van Jan Strube. Het Princenhaags Museum organiseert naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Anton Joosen een tweeluikexpositie waarinDe andere Jan Strube centraal staat.